Lezingen

Als geen ander weet Gert-Jan Theunisse de boodschap over te brengen hoe je met een flinke dosis doorzettingsvermogen heel ver kunt komen.
Hij wordt in 1989 de populairste wielrenner van Nederland als hij in de bolletjestrui met zijn wapperende manen een legendarische overwinning boekte in de etappe naar Alpe ‘dHuez.
Een hartafwijking noopt hem in 1995 een punt achter zijn mooie loopbaan te zetten, maar al snel keert hij terug in de wielersport: hij wordt manager/trainer van zijn zwager Bart Bentjens die hij begeleidt op de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta, waar Brentjens de eerste gouden medaille op die discipline wint.
Dan slaat het noodlot opnieuw toe. Tijdens een bergtraining in Frankrijk komt Theunisse in de afdaling in botsing met een auto die op de verkeerde weghelft rijdt. De gevolgen zijn rampzalig. Hij loopt onder meer een partiële dwarslaesie op en de dokters voorspellen hem dat hij nooit meer kan lopen.
Met een ijzeren discipline begint de Brabander aan zijn revalidatie en langzaam maar zeker keert het gevoel in zijn onderlichaam weer terug. Hij stapt weer op de fiets. En in 2000 wordt hij op Mallorca, het eiland waar hij inmiddels is gaan wonen, Europees kampioen wielrennen.
Gert-Jan Theunisse kan uitermate boeiend vertellen over zijn hoogtepunten in de wielersport, maar ook over de dieptepunten en de valkuilen waarin hij na zijn carrière belandde.
Zijn boodschap: de aanhouder wint altijd en het woord ‘opgeven’ komt niet in zijn woordenboek voor.